Onze schoolgids  en het pestprotocol      

 

naam school De Wegwijzer

 

adres school Von Suppéstraat 3

5151 KR Drunen

telefoon 0416-320880

fax 0416-320882

e-mail wegwijzer@wwdrunen.nl

website www.wwdrunen.nl

 

naam directie: José van Rozendaal

 

EEN WOORD VOORAF

 

Geachte ouders, verzorgers en andere belangstellenden,

Namens alle medewerkers van basisschool De Wegwijzer bieden wij u deze schoolgids aan.

De gids geeft de doelstellingen van onze school weer. Tijdens het lezen krijgt u een indruk hoe wij die doelstellingen proberen waar te maken. Voor ouders die op zoek zijn naar een geschikte school voor hun kinderen, is deze gids een duidelijk hulpmiddel bij de keuze. Bovendien is het handig de gids als "naslagwerkje" bij de hand te houden. Ook tijdens de schoolperiode van uw kind zult u zich wel eens afvragen: "Hoe doen ze dat op onze school?" Deze gids geeft op veel van uw vragen antwoord.

De schoolgids is in concept samengesteld door de directie van De Wegwijzer in samenspraak met het managementteam. Daarna heeft het team de gids integraal gelezen en van commentaar voorzien. Vervolgens heeft de medezeggenschapsraad, zowel de personeels- als de oudergeleding, aanvullingen gegeven en instemming verleend.

De eerste uitgave van de gids reiken we uit aan alle ouders. Ouders van nieuwe leerlingen krijgen bij aanmelding eveneens een exemplaar. Minimaal elke 4 jaar stellen we een nieuwe schoolgids samen, die we ook weer aan alle ouders zullen uitreiken.

Wij hopen dat u hiermee voldoende informatie heeft over onze school en onze manier van lesgeven. Bovendien verzoeken wij iedereen op- of aanmerkingen over deze gids bij ons neer te leggen. Wij kunnen daarmee dan ons voordeel doen.

Team de Wegwijzer

Inhoudsopgave

1 DE SCHOOL *

1.1 Richting *

1.2 Directie *

1.3 Situering van de school *

1.4 Schoolgrootte *

1.5 Indeling van het schoolgebouw *

2.1 Kernpunten van ons onderwijs *

2.2 Het pedagogische klimaat van de school *

3. DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS *

3.1. De organisatie van de school *

3.2 De samenstelling van het team *

3.3 De activiteiten voor de kinderen *

Schrijven *

Taalactiviteiten *

Nederlandse taal *

Lezen *

Stellen *

Spellen *

Rekenen en wiskunde *

Engels *

Het Nieuwe Leren *

Verkeer *

Bevordering sociale redzaamheid *

De gezonde school *

Expressie-activiteiten *

Godsdienst/levensbeschouwelijk vormingsonderwijs: *

Computergebruik *

3.4 Onderwijskundige ontwikkelingen *

4. DE ZORG VOOR KINDEREN *

4.1 De opvang van nieuwe leerlingen *

4.2 Volgen van de ontwikkeling van de kinderen *

Rapporten *

4.3 Speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften *

4.3.1 Dyslexie *

4.3.2 Meerbegaafdheid *

4.3.3 Motorisch remedial teaching *

4.3.4 Creatief Communicatief Tekenen *

4.4 Begeleiding van de overgang van kinderen naar voortgezet onderwijs *

Dit hele proces is vastgelegd in een stappenplan POVO *

4.5 Buitenschoolse activiteiten voor kinderen *

4.6 Zorg voor het jonge kind *

4.7 Grenzen aan de zorg *

5 DE LEERKRACHT *

5.1 De rol van de leerkracht *

5.2 Gedragsregels *

Het schoolklimaat *

Contact met de leerlingen *

Eén op één contacten *

Toezicht in kleed- douche- en toiletruimten *

Buitenschoolse activiteiten *

6.1 Het belang van de betrokkenheid van ouders *

6.2 Informatievoorziening aan ouders over het onderwijs en de school *

6.3 Inspraak *

6.4 Ouderactiviteit *

6.5 Klachtenrecht *

6.6 Ouderbijdrage *

6.7 Schoolverzekering voor leerlingen *

6.8 Oudervereniging *

6.9 Overblijven *

7 DE ONTWIKKELING VAN HET ONDERWIJS IN DE SCHOOL *

7.1 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs *

7.2 Zorg voor de relatie school en omgeving *

Natuurwandelingen *

Schooltelevisie *

Kunstzinnige vorming *

Bibliotheekbezoek *

7.3 Relatie Weer Samen Naar School *

7.4 Kwaliteitsverbetering *

8 DE RESULTATEN VAN HET ONDERWIJS *

8.1 Specifieke zorg voor leerlingen *

8.2. Voortgezet Onderwijs *

8.3 Cito-uitslagen *

9 REGELING SCHOOL- EN VAKANTIETIJDEN *

9.1 Schooltijden. *

9.2 Vakantietijden. *

9.3 Verlofregelingen voor kinderen bij familieomstandigheden *

9.4 Vakantieverlof (art. 13a) *

9.5 Gewichtige omstandigheden (art. 14, lid 1) *

9.6 Aantal klokuren *

10 DIVERSEN *

10.1 Documentatiecentrum *

10.2 GGD *

Jeugdarts *

Verpleegkundige *

Logopediste *

10.3 Kinderpostzegels *

11 NAMEN EN ADRESSEN *

11.1 Van de school *

11.2 Van externe personen *

11.3 Van peuterspeelzalen *

11.4 Van Kinderdagverblijven *

11.5 Overige namen en adressen *

1 DE SCHOOL

1.1 Richting

Basisschool De Wegwijzer is een katholieke school. Op onze school staat de ontmoeting tussen verschillende mensen, culturen, godsdiensten en levensovertuigingen centraal. Ieder kind is welkom op onze school. Wij bestrijden elke vorm van discriminatie of racisme. We zijn een multi-culturele school, een afspiegeling van onze maatschappij.

1.2 Directie

De Wegwijzer zit bij aanvang schooljaar 2010/ 2011 in een overgangssituatie. Vanwege ziekte van de directeur neemt Heidi Smits als waarnemend directeur fulltime de directietaken over. Vanaf februari 2011 is José van Rozendaal schoolleider. De directie wordt ondersteund door het managementteam bestaande uit twee bouwcoördinatoren voor respectievelijk onder- en bovenbouw.

1.3 Situering van de school

De Wegwijzer ligt in de wijk Venne-Oost. Het adres is: Von Suppéstraat 3, 5151 KR Drunen.

1.4 Schoolgrootte

In het schooljaar 2010-2011 zijn er ongeveer 205 leerlingen op school ingeschreven. Zij zijn verdeeld over 9 groepen.

1.5 Indeling van het schoolgebouw

De Wegwijzer telt 12 lokalen. De lokalen van de groepen 1 t/m 4 zijn gegroepeerd rond de directiekamer (6 lokalen). Grenzend aan deze kamer is een ruimte voor onderwijsondersteunende activiteiten. Aan de andere kant van de hal liggen twee toiletgroepen.

De onderbouw wordt verbonden met de bovenbouw door een multi-functionele ruimte. Aan de ene kant van deze gang ligt de speelzaal en aan de andere kant het kantoor van de interne coördinatoren leerlingenzorg en de lerarenkamer. Deze gang leidt naar de aula, waarin een documentatiecentrum en werkruimte zelfstandig werken.

De groepen 5 t/m 8 zijn gehuisvest op de eerste etage boven het documentatiecentrum. Alle lokalen worden op meerdere manieren gebruikt. De gangen van de bovenverdieping worden o.a. gebruikt voor het werken aan computers. Naast de school ligt een gymnastieklokaal, dat behoort tot de school. In de avonduren kunnen belangstellenden deze ruimte huren.

 

2 WAAR DE SCHOOL VOOR STAAT

 

2.1 Kernpunten van ons onderwijs

Wij gaan uit van "de rechten van het kind". We bedoelen daarmee dat het kind recht heeft op onderwijs en opvoeding, dat het kind zich volledig moet kunnen ontwikkelen. Hierdoor heeft het kind de kans een gelukkig mens te worden, zodat het kan zijn wie het werkelijk is. In de hierna volgende punten leggen wij dit verder uit.

Een goede start

Vanaf de geboorte maakt een kind een enorme ontwikkeling door. Wij zijn er diep van overtuigd dat de eerste levensjaren van een kind van het grootste belang zijn. Zij zijn het begin van een lange weg van ontwikkeling. In lichamelijk opzicht, maar vooral in geestelijk opzicht.

Waar heeft het kind behoefte aan?

Al die ontwikkelingen die het kind de eerste levensjaren doormaakt, gebeuren in wisselwerking met de omgeving waarin het kind opgroeit. Ouders, broertjes en zusjes, andere familieleden, maar ook de cultuur van het land waar het kind is geboren, maken deel uit van die omgeving. Allerlei indrukken prikkelen het kind om zich te ontwikkelen. Het is belangrijk dat deze prikkels een positief karakter hebben en tegemoet komen aan de basisbehoeftes van een kind. Een kind heeft behoefte aan veiligheid en liefde, maar ook aan interessante bezigheden waarmee hij of zij de wereld kan ontdekken.

Ontwikkeling

Heel belangrijk voor de ontwikkeling van het kind is dus de omgeving. En natuurlijk spelen het karakter, de mogelijkheden en het temperament van het kind ook een belangrijke rol. Het is goed om er eens bij stil te staan wat een geweldig werk het kind de eerste jaren van het leven verricht. Van een klein wezentje, volslagen hulpeloos en afhankelijk, tot de persoonlijkheid die het eens zal zijn. Ieder mens is 'gemaakt' om te leren. Niemand hoeft een kind te dwingen om te leren lopen of praten. Kinderen zijn van nature toegerust met een onverzadigbare drang tot verkennen en experimenteren.

 

Zelfstandigheid

Ieder kind wíl groot worden, zelfstandig en onafhankelijk van anderen. Dat is zelfs van levensbelang. Daarom gaan wij in ons onderwijs meer en meer uit van de slogan 'help mij het zelf te doen'. Het proces van 'groot' worden moet het kind zelf volbrengen: niemand kan dat voor hem of haar doen. Daarom is het zo belangrijk dat het kind de vrijheid krijgt om zijn omgeving te ontdekken en de dingen zélf te doen die het ook zélf kan. Het kind heeft daarbij de hulp van de volwassenen in zijn omgeving nodig.

 

 

Hulp van de ouders

Ouders kunnen hun kind helpen door goed te kijken naar hun kind, goed te kijken naar wat het onderneemt en waar het behoefte aan heeft. Zij kunnen zorgen dat hun kind de mogelijkheid krijgt zich te ontwikkelen. Zij kunnen hun kind ruimte geven aan het werk te gaan, ontdekkingen te doen, creatief te zijn. Zij stellen ook, waar nodig, grenzen. Daarbij is het belangrijk dat ouders rekening houden met de eigenheid van het kind. Zo kunnen zij hun kind liefdevol en behoedzaam op weg helpen naar een volledige ontplooiing van de persoonlijkheid. De taak van ouders is: "prikkelen tot leven, maar vrij laten in ontwikkeling". Dit prikkelen kan soms ook inhouden, dat dingen gewoon moeten.

Leeromgeving

Ook op school moet het kind de ruimte krijgen aan het werk te gaan. We zorgen voor materiaal en activiteiten die passen bij het kind. We vragen ons daarbij niet alleen af: "wat kan het kind?", maar ook: "waarvoor heeft het kind belangstelling?" . Hierdoor is de kans groot dat kinderen hun aangeboren nieuwsgierigheid behouden.

Natuurlijk ontwikkelen niet alle kinderen zich op dezelfde manier. Daarom geven wij kinderen die meer aankunnen verdiepings- en verrijkingsstof. Anderen krijgen zonodig extra uitleg of ze krijgen minder leerstof aangeboden. De schoolorganisatie wordt aangepast aan de onderwijsbehoeften van leerlingen.

In de afgelopen jaren heeft dit ingehouden dat er langzamerhand een onderwijsteam is ontstaan, dat gezamenlijk verantwoordelijk is voor het geboden onderwijs.

Taak van de leerkracht

Met individuele activiteiten en groepslessen stimuleren en begeleiden we het leerproces van ieder kind. Het kind wordt aangemoedigd het niveau te behalen, dat voor hem of haar haalbaar is. Bij de beoordeling van het werk houden we uiteraard ook rekening met de vraag: "wat kan dit kind aan?"

De instrumenten die de leerkracht hierbij gebruikt zijn:

observatie

onderwijsleergesprekken

methode afhankelijke toetsen (toetsen die bij de leerboeken horen)

methode onafhankelijke toetsen (toetsen die losstaan van de leerboeken)

Leefgemeenschap

De school is een leefgemeenschap van kinderen, leerkrachten en ouders. Iedereen heeft een taak in het geheel en iedereen heeft een eigen verantwoordelijkheid. Een goede sfeer is erg belangrijk. Voorwaarde is dat je respect hebt voor elkaar en dat je dat in je gedrag laat zien: van volwassenen naar kinderen, van kinderen naar volwassenen, van kinderen onder elkaar en volwassenen onder elkaar.

Doel

De school en de ouders hebben in hun opvoeding eenzelfde doel: eraan bijdragen dat het kind op een fijne manier kan uitgroeien tot een zelfstandige persoonlijkheid. Een persoonlijkheid die verantwoordelijkheid kan en wil dragen voor zichzelf, zijn omgeving en de samenleving waarvan hij deel uitmaakt.

 

2.2 Het pedagogische klimaat van de school

We mogen er dankbaar voor zijn dat kinderen op onze school kunnen opgroeien zonder oorlog, honger of gebrek. Want kinderen hebben behoefte aan ruimte voor zichzelf en hun ontwikkeling. Ze hebben behoefte aan een gezonde leefomgeving. Het is belangrijk dat wij, als volwassenen, de drie aloude basisbehoeften van de mens in het kind erkennen en in onze opvoeding op school én thuis toepassen.

Kinderen hebben behoefte aan gezonde voeding en frisse lucht en een ritmische
afwisseling tussen inspanning en rust en ontspanning.

Kinderen hebben behoefte aan een vriendelijke en veilige sfeer op school. Want pas als het kind zich veilig voelt, kan het zich ontwikkelen.

Kinderen hebben behoefte aan uitdagingen. Daarom vinden wij het belangrijk dat er op school boeiend onderwijs wordt gegeven; onderwijs dat de kinderen uitdaagt op onderzoek uit te gaan.

De ontwikkeling van de kinderen moet leiden tot een evenwichtigheid tussen hoofd, hart en handen. Heel belangrijk is daarbij het voorbeeld dat wij als volwassenen geven: wij kunnen kinderen vóórleven hoe je omgaat met anderen, omgaat met opgegeven taken en met verantwoordelijkheid. Wij dragen daar als school graag een steentje aan bij.

 

3. DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS

3.1. De organisatie van de school

De leerlingen worden gegroepeerd over 8 leerjaren. Een kind dat 4 jaar is geworden, komt in groep 1 . Wordt uw kind in groep 2 voor 1 januari 5 jaar, dan mag het in het nieuwe schooljaar naar groep 3. In overleg met leerkrachten wordt vastgesteld of dit haalbaar is of dat er een verlengd kleuterjaar gewenst is. Als het kind 6 jaar is geworden, komt het vanaf augustus/ september al naar gelang de zomervakantie voorbij is, in groep 3 en stroomt het daarna elk jaar door tot en met groep 8.

Op school dringt steeds vaker het besef door, dat kinderen zich op volstrekt eigen wijze ontwikkelen. Sommige kinderen zijn eerder aan het leesproces toe dan anderen. We proberen de schoolorganisatie daarop aan te passen, onder andere door, indien gewenst, een twee/drie combinatiegroep te vormen.

3.2 De samenstelling van het team

Op De Wegwijzer werken 13 mensen als groepsleerkracht. Daarnaast is er één interne begeleiders voor 3 dagen per week per week. De intern begeleider stuurt de zorg aan en ondersteunt de leerkrachten in het begeleiden van kinderen. Voor de begeleiding van de rugzakleerlingen is een remedial teacher werkzaam voor 3 dagen in de week.

Er zijn twee bouwcoördinatoren, die samen met de waarnemend-directeur en adjunct-directeur het managementteam vormen. Zij worden ondersteund door een secretaresse gedurende 4 uur per week.

Aan de Wegwijzer is een vakleerkracht gymnastiek verbonden, die alle groepen één keer per week lesgeeft. De andere gymles wordt door de eigen groepsleerkracht gegeven.

Kopieerwerk en huishoudelijke taken worden verricht door een conciërge, die voor ongeveer 16 uur per week werkzaam is.

 

3.3 De activiteiten voor de kinderen

Onderstaande beschrijvingen geven de inhouden van de afzonderlijke vakken weer. Het bereiken

van de doelstellingen is afhankelijk van de mogelijkheden en de hulpvraag van de leerlingen.

Leerlijnen voor de onderbouw

Kinderen van 4 tot 6 jaar leren heel veel in een relatief korte tijd. Ze doen dit door vrij spel, maar zeker ook door activiteiten, die door de leerkracht bepaald zijn. Op school ligt een boekje leerlijnen ter inzage. Leerkrachten kunnen aan de hand van deze leerlijnen besluiten meer of minder uitdaging te geven.

Daarnaast leren we leerlingen zelfstandig te plannen op een zogenaamd planbord.

Schrijven

In groep 1 en 2 bieden we, met behulp van schrijftaal en een aantal werkbladen, voorbereidende schrijfoefeningen aan.

We leren de letters direct als schrijfletters aan, dus niet eerst in blokschrift. In de loop van groep 3 leert bijna elk kind aan elkaar te schrijven. In de bovenbouw blijven de leerlingen het schrijven oefenen. Wel willen we de komende jaren bekijken of deze schrijfopvatting nog van deze tijd is.

Taalactiviteiten

Kinderen verwerken taalactiviteiten afwisselend individueel of in groepsverband. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk gebeuren. Om onderstaande doelstellingen te bereiken maken we gebruik van de volgende methodes:

Voorloper van de Leessleutel (groep 1 en 2)

De Leessleutel (groep 3)

Taal Actief tweede versie en het daarbij behorende spellingspakket Woordspel (groep 4 t/m 8).

Nederlandse taal

In de onder-, midden- en bovenbouw bieden wij het onderwijs in de Nederlandse

taal aan. We constateerden dat de leerlingen op onze school extra aandacht nodig hebben met betrekking tot taal. Op school is daarom een taalbeleidsplan opgesteld met als hoofddoelstelling de vergroting van de woordenschat. Dit beleidsplan ligt op school ter inzage.

Taalverwerving moet je doen. Dus zijn de dramalessen fijn om te doen. Is lezen belangrijk en organiseren we een voorleesontbijt, activiteiten in de kinderboekenweek en voorleeswedstrijden. In de onderbouw zijn door de teamleden verteltafels ontwikkeld.

Lezen

We streven ernaar dat ieder kind met technisch lezen niveau AVI plus haalt. Voor het aanvankelijk lezen in groep 3 gebruiken we de methode " De Leessleutel". Nadat AVI E4 met behulp van de methodes is bereikt, kunnen kinderen zelfstandig verder lezen met het BAVI lezen (documentatie ligt ter inzage op school).

Voor het begrijpend lezen hebben we de methode "Tekstverwerken". Naast deze methode wordt Nieuwsbergip gebruikt: een digitale methode, aansluitend bij het nieuws van de dag. Voor leerlingen uit groep 4, en 5, die begrijpend lezen als lastig ervaren is een computerprogramma beschikbaar. In de groepen 7 en 8 worden leerlingen in klasdoorbrekende niveaugroepen ingedeeld.

 

Stellen

De leerlingen weten dat er geschreven wordt met het oog op diverse doelen. Hierbij kan gedacht worden aan brieven, verslagen, fantasie opstellen en verhandelingen.

De leerlingen kunnen de vormgeving en de presentatie van hun teksten verzorgen door aandacht te besteden aan de leesbaarheid van hun handschrift, zinsbouw, bladspiegel, beeldende elementen en kleur.

Spellen

Ons spellingsonderwijs is gericht op komen tot foutloos schrijven. Met behulp van het werkboek Woordspel uit Taalactief oefenen de leerlingen individueel met de verschillende spellingscategorieën. Zij krijgen instructie op groepsniveau volgens de handleiding. In de bovenbouw wordt naast de niet-werkwoordspelling ook de werkwoordspelling aangeboden.

Rekenen en wiskunde

Wij werken met de methode Pluspunt . Deze methode biedt de leerlingen op een kindgerichte, afwisselende manier de mogelijkheid rekenkundige problemen zo handig mogelijk op te lossen. De leerlingen moeten inzicht krijgen in de betekenis van getallen en de bewerkingen. Toegepast rekenen en meten krijgen veel aandacht. We gebruiken tevens materialen van ajodidact. Aanvulling met computerprogramma’s is ook mogelijk (maatwerk, wereld rond tafels, klokkijken). Op deze wijze voldoen we aan de kerndoelen, die door het Ministerie van Onderwijs zijn vastgesteld.

Engels

Hiervoor gebruiken wij de methode "Real English" en "Songmachine". Binnen nu en vier jaar zal dit pakket aangepast en gemoderniseerd worden.

 

Het Nieuwe Leren

Als we het hebben over het nieuwe leren dan willen we kinderen onderwerpen laten bestuderen en presenteren op het gebied van wereldoriëntatie. We gaan daarbij uit van de volgende gedachten:

Kinderen leren beter als zij aangesproken worden op de eigen mogelijkheden. Met andere woorden, het ene kind leert gemakkelijker als het visueel iets aangeboden krijgt een ander auditief en een derde tactiel.

Kinderen komen tot betere prestaties als zij geïnteresseerd zijn. Als een leerling een bepaalde periode bijv. erg op rekenen georiënteerd is, zal hiervoor ruimte moeten zijn, waarbij in eerste instantie voor de vakken minimumpakketten verwerkt dienen te worden.

Kinderen leren soms anders dan de leerkracht of de methode heeft bedacht. Ons onderwijs werkt dan belemmerend. Veel kinderen kunnen zelfontdekkend leren.

De individuele mogelijkheden van leerlingen bepalen wat er geleerd kan worden.

Kinderen willen heel graag zelf verantwoordelijk zijn voor de eigen ontwikkeling.

De meervoudige intelligentie wordt een onderdeel van het kijken naar kinderen.

Tot en met ongeveer kerst groep 5 zijn leerlingen voornamelijk bezig met het leren van technische vaardigheden. Daarna wordt gestart met het aanleren van de wijze waarop onderwerpen benaderd moeten worden. Dit mondt uit in werkstukken.

De leerlingen vanaf groep 6 kiezen aardrijkskundige, geschiedkundige of natuur onderwerpen, ze gaan aan de hand van zelfgestelde vragen een onderwerp bestuderen. Er is een lijst van verplichte onderwerpen naast de keuze onderwerpen. De leerlingen stellen een portfolio samen om te bewijzen dat ze hun leerdoelen behaald hebben. Op school hebben we een lijst van minimumdoelen vastgesteld.

Aan de hand van het geleerde presenteren de leerlingen aan elkaar wat ze bereikt hebben.

Verkeer

Op onze school is een verkeerscommissie actief waarin twee teamleden en één ouder zitten.
Zij hebben nauw contact met de politie, gemeente en de provincie.
De Wegwijzer heeft het BVL-certificaat. BVL staat voor Brabants Verkeersveiligheid Label. Hiertoe verplicht de school zich ieder jaar in alle groepen activiteiten te houden die bijdragen tot veiliger verkeersgedrag. De commissie kijkt kritisch kijkt naar de verkeerssituatie rond onze school en treedt waar nodig in overleg met de politie en de gemeente om eventuele verbeteringen door te voeren.

Enkele resultaten van dit overleg zijn bv: aanleg van drempels rondom de school en het creëren van veiligere oversteekplaatsen. Tevens is de gehele wijk getransformeerd tot een 30 km zone.

Voor de verkeersopvoeding heeft de school de methode "KLAAROVER". In groep 7 nemen we naast het theoretische deel ook een praktisch verkeersexamen af. Dit gebeurt met medewerking en ondersteuning van 3VO. Een aantal keren per jaar hebben de kinderen een praktische verkeersles.
Het hoogtepunt hierbij is het z.g. STREETWISE. Waar nodig zorgen de leerkrachten voor aanvulling of spelen zij in op actuele situaties.

 

Vervoer leerlingen onder schooltijd:
Als kinderen per auto vervoerd worden onder schooltijd gaan wij uit van de standaard regels (ANWB) voor vervoer van kinderen.

Deze zijn:

Kinderen kleiner dan 1,35 m worden geplaatst op de achterbank.

Zij mogen alleen voorin met een goedgekeurd en passend kinderzitje.

Goedgekeurd zijn zitjes met labels ECE R44/03 en R44/04.

Passend is: geschikt voor lengte en gewicht van het kind.

Zowel voor- als achterin is een veiligheidsgordel uiteraard verplicht.
Er mogen niet meer kinderen vervoerd worden dan er gordels aanwezig zijn.

Bevordering sociale redzaamheid

Ons onderwijs is erop gericht de leerlingen in staat te stellen op basis van kennis, inzicht, houding en vaardigheden een eigen weg te laten vinden in de samenleving. Het gaat hierbij om zelfredzaamheid, redzaamheid in de omgeving met anderen en maatschappelijke redzaamheid.

Sociale vaardigheden worden onder andere getraind bij het coöperatief leren. Om zoveel mogelijk aan de eigen mogelijkheden van de leerlingen tegemoet te komen of om groepsprocessen te begeleiden, hebben de leerkrachten de kanjertraining gevolgd. Bij individuele aanpassingen kunnen we gebruik maken van onderstaande mogelijkheden :

Een doos vol gevoelens

Een huis vol gevoelens

Schatjes, katjes, watjes

Creatief Communicatief Tekenen (CCT)

Schubi materialen

Pesten ‘Een probleem van iedereen’

Het is een goede zaak als ouders en leerkrachten dit onderwerp bespreekbaar houden. Gezamenlijk moeten we zoeken naar oplossingen. Dat is het beleid van onze school. De leerkrachten volgden een "Kanjertraining" om de sociaal-emotionele ontwikkeling goed te kunnen begeleiden. Ze zijn daar ook voor gecertificeerd.

In de kanjertraining leren kinderen het eigen gedrag te herkennen en worden ze geholpen veranderingen in dit gedrag aan te brengen. Deze training is volledig geïntegreerd binnen ons onderwijs. Aansluitend beschikt de Wegwijzer over een pestprotocol dat ter inzage is voor ouders.

 

 

Op school is een procedure aanwezig die we volgen in geval van seksuele intimidatie. Voor leerlingen, leerkrachten en ouders zijn twee interne vertrouwenspersonen aangesteld.

In de hele gemeente wordt jaarlijks twee weken in projectvorm aandacht aan voornoemde problematiek besteed.

De gezonde school

Ons onderwijs is erop gericht dat de leerlingen een gezond gedragspatroon verwerven dat past bij henzelf en bij de omgeving waarin ze opgroeien. We hebben daarom een plan gemaakt om meer en beter te bewegen. Ook in de pauzes wordt juist bewegen gestimuleerd door middel van spelkisten. In de klas wordt stelselmatig het leren onderbroken om energie opwekkende bewegingsactiviteiten te verrichten.

Het Arbo-beleid is een regelmatig gespreksonderwerp bij de medezeggenschapsraad. We streven naar een zo veilig mogelijke omgeving. Gericht verkeersonderwijs is hier eveneens een onderdeel van. De komende jaren zal ook juiste voeding aan de orde komen.

Tijdens het overblijven worden aparte spelmaterialen benut om het bewegen te bevorderen.

Expressie-activiteiten

Bij deze activiteiten gaat het om de vakken: bevordering van het creatief taalgebruik, tekenen, muziek, handvaardigheid en spel en bewegen. Wij gaan uit van de kerndoelen en conformeren ons aan de gestelde doelen.

- Dramatische vorming: Kinderen mogen zich inleven in verschillende situaties. Taal speelt daarbij een voorname rol. "Moet je doen: drama" is de door ons gebruikte methode.

- Muziek: Leren beleven van muziek in actieve en passieve zin. De nadruk ligt op het plezier beleven aan muziek. Kinderen maken muziek, maar leren deze ook te beluisteren.

We gebruiken de methode "Moet je doen: Muziek".

 

 

- Handvaardigheid en tekenen: De leerlingen leren allerlei technieken. We maken daarbij gebruik van een ideeënboek, dat op school is ontwikkeld. De kerndoelen gebruiken we als leidraad. Het vakgebied handvaardigheid krijgt door een eigen leergang invulling.

- Spel en beweging: Het zo veelzijdig en intensief mogelijk bewegen. In de lessen met toestellen oefent het kind zoveel mogelijk op eigen niveau. Bij de spellessen ligt de nadruk op spelinzicht en sportief gedrag. Op deze manier proberen we de kerndoelen te bereiken volgens de methode "Libo":

Hier ligt een relatie met het muziekonderwijs, waar bewegen op muziek een apart onderdeel is van de leergang.

 

Godsdienst/levensbeschouwelijk vormingsonderwijs:

Wij maken de leerlingen vertrouwd met de verscheidenheid aan geestelijke stromingen. De kinderen leren enkele geestelijke stromingen kennen die in de Nederlandse samenleving een belangrijke rol vervullen. Wij geven dit onderwijs aan de hand van projecten. De catechetische werkgroep kiest deze projecten voor alle katholieke scholen in Drunen. De districtscatecheet begeleidt ons hierbij. Dit schooljaar zijn we begonnen met de invoering van de methode "Kleur".

Computergebruik

Onze school heeft veel computers tot haar beschikking. In iedere klas staat een aantal computers en in een aantal gemeenschappelijke ruimtes staan computers die de mogelijkheid bieden tot meer groepsgericht werken.

Ons beleid is er op gericht het computergebruik te verhogen, zodat kinderen verdiepend, remediërend en zelfstandig gebruik kunnen maken van een computer.

De computers worden ook gebruikt om de kinderen wegwijs te maken op de computer en om zelfstandig te leren werken. De leerlingen vanaf groep 5 leren via gestructureerde computerlessen omgaan met bv. tekstverwerken, powerpoint-presentaties, e-mail en internet,

Daarnaast hebben we voor alle groepen programmatuur die bij onze methodes hoort.

Zo kunnen verschillende onderdelen van het onderwijs worden ondersteund. We hebben programma’s van praktisch alle vakgebieden en vakonderdelen.

Het computergebruik past prima bij het nieuwe leren. Leerlingen kunnen het zelfstandig geleerde aan anderen presenteren o.a. met Powerpoint.

Eén ICT-coördinator houdt de netwerken draaiende en up to date. Het beheer van het netwerk is in handen van SKOOL.

3.4 Onderwijskundige ontwikkelingen

Binnen onze school streven we ernaar zoveel mogelijk leerlingen aan te spreken op het niveau waarop zij functioneren. Niet alle kinderen maken eenzelfde ontwikkeling door en leren op dezelfde manier.

Daar waar mogelijk laten we parallelgroepen bij begrijpend lezen en rekenen gelijktijdig dezelfde les volgen en clusteren we leerlingen uit beide groepen op basis van dezelfde interesses, mogelijkheden en niveau.

In elke groep staan mogelijk stagiaires, die structureel ingezet worden om aan de verschillen van leerlingen tegemoet te komen.

We leren kinderen steeds meer te plannen. In de groepen 1en 2, wordt met planborden gewerkt. De groepen 3 t/m 8 werken met dag-, en weektaken, waarbinnen wij een doorgaande lijn hebben ontwikkeld.

In elke klas worden dagritmekaarten gebruikt, zodat voor kinderen de dagstructuur in één oogopslag duidelijk is, inspelend op de onderwijsbehoeften van de individuele leerlingen.

Een andere specifieke ontwikkeling is het coöperatieve leren van kinderen, waarbij het sociale proces van leren en het leren van elkaar een belangrijke doelstelling is.

 

4. DE ZORG VOOR KINDEREN

4.1 De opvang van nieuwe leerlingen

Voordat een leerling bij ons op school komt, sturen wij de ouders het informatiemateriaal van de school. Tijdens een informatiegesprek vertellen wij over de gang van zaken op school. Bij het intake-gesprek is de intern begeleider aanwezig, zodat direct ingespeeld kan worden op specifieke onderwijsbehoeften van nieuwe leerlingen en de intern begeleider kan adviseren over een mogelijke plaatsing.

Als het gaat om kinderen die van school wisselen, nemen wij contact op met de vorige school. Het is gebruikelijk om door middel van een overdrachtsrapportage het didactisch niveau en het instapniveau van deze leerlingen te bepalen. Tevens wordt geïnformeerd naar de stand van zaken op sociaal-emotioneel gebied. Nieuwe leerlingen voor de onderbouw mogen, voordat ze vier jaar worden, vier ochtenden komen kennismaken. Wanneer zij kort voor de zomervakantie of in de zomervakantie jarig zijn, vervallen de kennismakingsochtenden. Op de 'doorschuifmiddag' (waar de kinderen kennis maken met de volgende leerkracht) nodigen wij die jongste kleuters ook uit.

 

4.2 Volgen van de ontwikkeling van de kinderen

Wij volgen leerlingen op twee manieren:

1. observatie

Onze methoden geven duidelijke doelstellingen aan. Aan de hand van de methode-gebonden toetsen krijgen wij een beeld van het cognitief niveau van de leerlingen. Tijdens het werken in de klas observeren wij de concentratie, werkhouding en taakgerichtheid. Ook het sociaal-emotioneel functioneren brengen wij in kaart. Hiervoor vullen de leerkracht en leerlingen (vanaf groep 6) de vragenlijsten in van SCOL, ons digitaal leerlingvolgsysteem sociaal emotionele ontwikkeling.

 

2. toetsen

Naast de methodegebonden toetsen nemen we elk jaar op diverse momenten landelijk genormeerde toetsen van het CITO af. Deze toetsen geven ons mede inzicht in onze kwaliteit van onderwijs. De toetsresultaten worden door de intern begeleiders en leerkrachten geanalyseerd. Deze analyse kan leiden tot individuele handelingsplannen. De toetsen die we afnemen, betreffen de vakken luisteren, woordenschat, technisch en begrijpend lezen, taal, spelling en rekenen. De resultaten worden digitaal geregistreerd.

Aanvullende toetsen groep 7 en 8:

Eind mei - Cito-entreetoets in groep 7.

Januari/februari - Cito-eindtoets voor groep 8.

Op het laatste schoolrapport in groep 7 wordt het voorlopig schooladvies vermeld. Het definitieve schooladvies wordt vermeld op het 1e rapport groep 8. Dit advies komt tot stand in overleg met de leerkracht van groep 7 en, indien nodig, met de IB-er .

 

Rapporten

We passen regelmatig de rapporten aan, omdat ons onderwijs zich ook ontwikkelt. De rapporten geven we drie maal per jaar mee naar huis. Bij het eerste rapport worden alle ouders uitgenodigd voor een 10-minuten gesprek. Bij de andere rapporten kunnen ouders zelf aangeven of zij het rapport willen bespreken. Soms geeft de leerkracht aan dat een gesprek gewenst is. Bij het tweede en derde rapport krijgen de leerlingen een overzicht van hun toetsresultaten mee, zodat de ouders de ontwikkeling van hun kinderen op de voet kunnen volgen.

 

4.3 Speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

Om vroegtijdig specifieke zorg in beeld te kunnen brengen, worden ouders binnen 2 maanden nadat hun kind op school is gekomen, uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Informatie van ouders kan helpen bij het in een vroeg stadium signaleren. Op deze manier kunnen we snel onze aanpak aanpassen aan het kind. De gegevens worden opgeslagen in het digitale leerlingendossier (ESIS-webbased)

Een leerkracht kan tegen specifieke problemen aanlopen omdat een kind niet op een voor hem/haar passend niveau werkt door leerproblemen, lichamelijke problemen en/of sociaal-emotionele problemen.

De leerkracht kan dan zelf een oplossing zoeken door verlengde instructie, herhaling, het toepassen van een andere methodiek of door een andere didactiek te gebruiken.

De intern begeleider plant 3 keer per jaar met elke groepsleerkracht een groepsbespreking. Kinderen met specifieke problemen kunnen door de leerkracht worden ingebracht tijdens de groepsbesprekingen. Hieruit kan een handelingsplan, onderzoek en of eigen leerlijn volgen. In de regel voeren we de adviezen, opgesteld in een handelingsplan, in de klas uit. De interne begeleider coacht de leerkracht als deze daaraan behoefte heeft. De groepsleerkracht is degene die het proces bewaakt, eventuele evaluatiedata in de gaten houdt en het contact met de ouders onderhoudt.

Als we een handelingsplan opstellen, krijgen ouders een kopie van het handelingsplan.

Daarnaast plant de intern begeleider regelmatig overleg in met de remedial teacher, om een goed beeld te krijgen van de specifieke problemen en de hulpverlening aan deze kinderen.

Soms is het nodig aanvullend onderzoek op schoolniveau te verrichten. Hierbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van video-opnamen.

Binnen het Samenwerkingsverband Heusden zijn een orthopedagoog en een psycholoog werkzaam. Met hen staan 4 keer per jaar consultatiegesprekken gepland. Dit kan resulteren in nader (capaciteiten)onderzoek. Soms vragen we een functionaris van de schooladviesdienst (SOM) om advies.

Zodra wij externe deskundigheid nodig vinden, vragen wij altijd schriftelijk toestemming aan de ouders. Dit kan resulteren in de aanvraag van een leerling gebonden financiering (de zogeheten ‘rugzak’). Vanuit de ambulante begeleiding wordt dan een begeleidingsplan opgesteld.

Indien er sprake is van interne begeleiding of aanvullende toetsing, dan worden ouders hiervan altijd op de hoogte gesteld. Soms heeft een kind andere hulp nodig dan wij als school kunnen bieden. Ook kan het zijn dat we de ouders adviseren het kind speciaal basisonderwijs te laten volgen.

 

4.3.1 Dyslexie

Leerlingen, die dyslectisch zijn, hebben specifieke hulp nodig. Wij hebben met een "protocol dyslexie" vastgelegd hoe wij hiermee om willen gaan. Voor belangstellenden ligt dit protocol ter inzage.

 

4.3.2 Meerbegaafdheid

Leerlingen, die meer begaafd zijn, hebben specifieke hulp nodig. Wij hebben met een "protocol hoogbegaafdheid" vastgelegd hoe wij hiermee om willen gaan. In dit protocol hebben we ook onze grenzen vastgelegd. Voor belangstellenden ligt dit protocol ter inzage. Als ouders op eigen initiatief een onderzoek laten verrichten en daarbij adviezen krijgen, bespreken wij met de ouders in hoeverre de school hieraan tegemoet kan komen.



4.3.3 Motorisch remedial teaching

De Wegwijzer heeft in een beleidsdocument de visie op motorische ontwikkeling vastgelegd. Op school is één leerkracht opgeleid (MRT-er), die motorisch onderzoek kan verrichten. Op basis van dit onderzoek wordt door de MRT-er een handelingsplan opgesteld en uitgevoerd. Van een en ander worden ouders vanzelfsprekend op de hoogte gesteld. Dit behelst met name leerlingen uit groep 1 t/m 3.

 

4.3.4 Creatief Communicatief Tekenen

Daarnaast bieden wij de mogelijkheid van CCT (Creatief Communicatief Tekenen), waarbij gespecialiseerde leerkrachten middels speciale tekenopdrachten kinderen uitdagen hun gevoelens te uiten. De intern begeleider bepaalt of CCT nodig is. Op school is een beleidsplan ter inzage aanwezig.

Om tegemoet te komen aan de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen heeft het hele team de Kanjertraining gevolgd. Hieraan is een lessenpakket verbonden, die door alle leerkrachten wordt gevolgd. Om de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen te volgen is een leerlingvolgsysteem, SCOL, ingevoerd

 

4.4 Begeleiding van de overgang van kinderen naar voortgezet onderwijs

In groep 7 nemen de kinderen deel aan de Entreetoets. Eind groep 7 krijgen ze een, voorlopig schooladvies. Dit gebeurt op basis van werkhouding en prestaties gedurende de laatste twee jaren. Dit advies wordt schriftelijk met het derde rapport meegegeven en, indien nodig, besproken met de ouders. De informatie van de Entreetoets geeft aanknopingspunten om specifieke uitval individueel aan te pakken.

Voorbereiding voortgezet onderwijs

In het laatste schooljaar krijgen de leerlingen uitleg over de diverse schooltypes.

In november worden voorlichtingsavonden gehouden.

De leerlingen worden in kennis gesteld van de open dagen; de kwaliteitsmeting voortgezet onderwijs ligt ter inzage.

De leerlingen krijgen huiswerk en leren een agenda gebruiken. Het huiswerk is een activiteit waarbij kinderen thuis iets moeten oefenen, waarover op school les is gegeven. Het laatste schooljaar maken de leerlingen een proef-Cito om te wennen aan de werkwijze tijdens de test.

Bij de bespreking van het eerste rapport krijgen de ouders het definitieve schooladvies toegelicht in een 15-minuten gesprek.

Op basis van ons advies kunnen ouders hun kind aanmelden bij de school van hun keuze.

De school rapporteert digitaal de vorderingen en verwachtingen naar het Voortgezet Onderwijs , d.m.v. een POVO-formulier. Na aanmelding vindt er een ‘warme overdracht’ plaats naar het voortgezet onderwijs.

Dit hele proces is vastgelegd in een stappenplan POVO

4.5 Buitenschoolse activiteiten voor kinderen

Ook op De Wegwijzer zijn er activiteiten, die niet alleen tijdens de gewone lesuren plaatsvinden. Deze activiteiten vallen onder verantwoordelijkheid van de school. Dit zijn: schoolreis, schoolkamp, excursies, interscolaire sportdagen, schoolsportdag en de Wegwijzerdag.

4.6 Zorg voor het jonge kind

Op onze school hebben we gekozen voor optimale inzet van uren in de onderbouw. We trachten in elke onderbouwgroep minimaal een stagiair te plaatsen. Met ouders van nieuwe leerlingen nemen we een intakelijst door, zodat we snel een duidelijk beeld krijgen van het kind. We gebruiken in de groepen één en twee leerlijnen om de kinderen in hun ontwikkeling goed te kunnen volgen. Hierdoor kunnen we de vooruitgang en eventuele problemen in het ontwikkelingsproces goed volgen.

 

4.7 Grenzen aan de zorg

Elke school moet de grenzen van de zorg bepalen en vastleggen. Wettelijk gezien zijn er vijf redenen om leerlingen met een leerling gebonden financiering niet aan te nemen. Drie van deze redenen zijn van onderwijs inhoudelijke aard.

1.      Verstoring van rust en veiligheid voor de gehele schoolbevolking of een gedeelte

hiervan.

2.      Interferentie van zorg en/of behandeling aan de ene kant en onderwijs aan de andere

kant. Als beide systemen elkaar tegenwerken of aantoonbaar niet op elkaar kunnen

aansluiten is een grens aan de mogelijkheid van de school bereikt.

Verstoring van het leerproces van andere leerlingen. Als de aanpassingen in een

groep, of de noodzakelijk geachte begeleiding van een leerling inhoudt dat de begeleiding van de overige leerlingen tekort komt is ook de grens van de mogelijkheid van de school bereikt.

Daarnaast zijn er nog twee andere mogelijke grenzen aan de zorg, die de school kan leveren. Ze zijn algemeen van aard en gelden voor elke leerling, dus ook voor leerlingen met een leerling gebonden financiering:

4. De ouders weigeren de grondslag van de school te respecteren.

5.      Er is gebrek aan opnamecapaciteit in de school.

 

We hebben de grenzen van onze school door middel van een stappenplan in kaart gebracht. Dit beleidsstuk ligt op school ter inzage (mei 2004)

 

5 DE LEERKRACHT

5.1 De rol van de leerkracht

Kinderen leren het meest door zelfwerkzaamheid. 'Help mij het zelf te doen' is dan ook een slogan die past bij onze tijd. De taak van de leerkracht op onze school is kinderen helpen zelf te werken. Dit wordt meer en meer het uitgangspunt van het onderwijs. De leerkracht moet de belangstelling opwekken en de leerlingen aanmoedigen. Zij/hij moet ook een persoonlijkheid zijn, gevoelig en vol belangstelling voor de leerlingen.

De taak van de leerkracht is erop gericht het kind activiteiten te laten ontplooien. Bij de keuze van onze methodes hebben we rekening gehouden met de mogelijkheid tot extra instructie, een basispakket en/of verdieping. Het is aan de leerkracht om hierbij begeleiding te bieden en/of leiding te geven. Telkenmale zal de leerkracht moeten overwegen of de leerling sturing nodig heeft of dat hij/zij zelf tot een juiste keuze kan komen. Tevens zal de leerkracht elke keer weer moeten beslissen of een nieuw thema centraal, in groepen of individueel aangeboden moet worden.

In de praktijk geven we klassikaal les, waarbij we kinderen die meer zorg nodig hebben door extra uitleg, verdieping of verrijking met aangepaste stof en/of extra instructie helpen. Door het werken met dag- en weektaken roosteren we extra instructieruimten in voor kinderen met speciale onderwijsbehoeften.

Scholing van leerkrachten

Scholing is de verzamelnaam voor opleiding en nascholing met als doel het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, de arbeid en de organisatie. Gezien het beperkte scholingsbudget wordt ernaar gestreefd prioriteit te geven aan die scholingsactiviteiten die individuele wensen en algemeen belang verenigen. Aan het eind van het schooljaar worden de wensen van directie en team geïnventariseerd en het scholingsplan voor het nieuwe schooljaar vastgesteld.

Begeleiding en inzet stagiaires van Pabo's

De Pabo's doen een beroep op de basisscholen om medewerking te geven aan de begeleiding van stagiaires. De Wegwijzer is een opleidingsschool. Aan het eind van elk schooljaar verstrekt de directie een opgave van het aantal te plaatsen studenten. We hebben op school beleid vastgelegd met betrekking tot het aantal studenten. Taken van de stagiaires zijn: zo goed mogelijk naar haar/zijn kunnen participeren in het onderwijs. Hierbij wordt gestreefd naar het delen van verantwoordelijkheden en het leren van elkaar. Studenten op onze school worden structureel ingezet in het onderwijs.

Wanneer stagiaires voor langere tijd zelfstandig voor een groep staan, ligt de eindverantwoordelijkheid bij de leerkracht. Als er sprake is van een "leerkracht in opleiding" (LIO), berust de verantwoordelijkheid bij de stagiaire. Dit ligt vast in een contract. De LIO stagiaire, de Pabo en de stageschool tekenen allen het contract. De school biedt ook mogelijkheden aan stagiaires uit het middelbaar beroepsonderwijs. Wij hebben hiervoor een protocol vastgesteld.

Binnen onze formatie is een leerkracht voor één dag vrijgeroosterd om studenten te begeleiden.

 

Vervanging bij ziekte of compensatieverlof.

Een fulltime leerkracht maakt 930 contacturen. Dat zijn uren waarop de leerkracht met kinderen werkt. Als een leerkracht meer uren ingezet wordt, heeft hij/zij recht op 63,72 uur compensatieverlof. De compensatie-uren voor parttimers worden naar rato berekend.

Daarnaast hebben enkele leerkrachten gekozen voor BAPO. Bapo staat voor "bevordering arbeids participatie ouderen". Het is een seniorenregeling voor werknemers in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en in het MBO.  Werknemers van 52 tot en met 55 jaar die gebruik maken van deze regeling hebben jaarlijks recht op 170 extra vrije uren. Werknemers van 56 jaar en ouder op 340 uur. Over deze uren moet 35% van het salaris worden ingeleverd. Bij deeltijders wordt het aantal uren berekend naar rato. Compensatie- en BAPO-uren worden ingevuld door een daartoe aangestelde leerkracht.

Bij ziekte en/of afwezigheid van leerkrachten maakt de school gebruik van een invallerspool, Omdat het steeds vaker gebeurt dat er geen invalleerkracht beschikbaar is, worden de leerlingen uit de betreffende klas opgedeeld over andere groepen. Bij ziekte die langer duurt dan twee dagen, moeten wij zonder goede vervanging soms besluiten kinderen naar huis te sturen. Bij organisatorische problemen thuis is de school altijd bereid een helpende hand te bieden. Elke groep heeft een noodplan opgesteld. Dit ligt bij de directie.

5.2 Gedragsregels

Het schoolklimaat

Respect voor elkaar moet steeds het uitgangspunt zijn. We houden altijd rekening met het "ja-en-nee" gevoel van het kind. Bovendien houden we zoveel mogelijk rekening met cultuurverschillen,

Seksistisch taalgebruik op school staan we niet toe; toespelingen zijn niet toelaatbaar. Dit geldt ook voor afbeeldingen (affiches, schoolkrant, tekeningen en dergelijke).

De leerlingen spreken de leerkracht aan met juf/meneer, gevolgd door de voornaam. We accepteren geen termen die slaan op uiterlijkheden en/of karaktereigenschappen. We accepteren geen lichamelijk geweld zoals slaan en schoppen.

De kanjertraining helpt onze school een goed klimaat te realiseren.

Contact met de leerlingen

Het op schoot nemen van leerlingen is alleen toelaatbaar bij het jonge kind. Een troostende, bemoedigende, beschermende arm om de schouder, het schouderklopje, de aai over de bol moet blijven kunnen. Dit altijd op voorwaarde dat het kind dit als prettig en positief ervaart.

Eén op één contacten

Een leerkracht of ander personeelslid mag niet alleen met een leerling in één ruimte zijn waar geen zicht mogelijk is. Toets -en testsituaties en remedial teachinglessen bespreken we tevoren met de leerling, zijn/haar ouders/verzorgers en de leerkracht van de groep. Als regel is het niet raadzaam leerlingen, behalve korte tijd voor of na reguliere schooltijden, alleen op school te houden of bij leerkrachten thuis te laten komen.

Toezicht in kleed- douche- en toiletruimten

Het is belangrijk dat we begrip hebben voor het zich ontwikkelend schaamtegevoel. Dit begrip moet tot uiting komen in de relatie leerkracht-leerling en ook in de relatie tussen leerlingen onderling. Vanaf groep 3 kleden jongens en meisjes zich gescheiden om. De leerkracht blijft zoveel mogelijk buiten de betreffende ruimtes en klopt als hij/zij binnen wil komen. Bij calamiteiten heeft de leerkracht de bevoegdheid naar binnen te gaan. In de praktijk blijken sommige groepen permanente surveillance nodig te hebben.

Hulp bij aankleden en toiletbezoek wordt geboden, waar nodig, tot en met groep 3.

 

Buitenschoolse activiteiten

In situaties waar de omgang in het algemeen wat losser is, is het belang om duidelijke afspraken te maken over de omgangsregels des te groter. Voor het schoolkamp gelden de volgende afspraken: - leerkrachten douchen niet met de kinderen,

- jongens en meisjes slapen apart,

- jongens en meisjes douchen apart.

6 DE OUDERS

6.1 Het belang van de betrokkenheid van ouders

Als ouders hun kind naar school laten gaan, besteden ze een stuk van de opvoeding aan anderen uit. Het is belangrijk dat er een overeenkomst is in de visie op het kind in de school- en thuissituatie.

Het is belangrijk dat de opvoeders vertrouwen uitstralen en hebben in het eigen kunnen van het kind. Als het kind respect ontvangt voor zijn groeiende zelfstandigheid, zijn ontwikkeling en interesse in de wereld, dan zijn de voorwaarden gecreëerd waarop het kind in staat is kennis tot zich te nemen. Dan kan de intelligentie zich verder ontwikkelen, waardoor het kind kan uitgroeien tot een mondige en creatieve wereldburger. Ouders en leerkrachten moeten het kind die voorwaarden bieden in een zo optimaal mogelijke en veilige omgeving. Daarin moet het kind voldoende uitdaging vinden, passend bij zijn/haar ontwikkelingsniveau.

 

De Wegwijzer verwacht van ouders dat:

zij de opvoedingsidealen van de school onderschrijven;

de ouders vertrouwen hebben in het eigen kunnen van het kind;

zij de moed hebben objectief naar hun eigen kind te kijken;

zij respectvol, liefdevol naar hun kind zijn;

zij het kind verder helpen op weg naar zelfstandigheid;

zij een open contact hebben met de leerkracht;

zij zich loyaal opstellen t.o.v. school.

 

 

6.2 Informatievoorziening aan ouders over het onderwijs en de school

De eerste schoolweek krijgen alle ouders een jaarkalender met informatie over het schooljaar. We streven ernaar dat een maal per twee weken op vrijdag een nieuwsbrief met alle jongste kinderen uit been gezin mee naar huis gaat. Hierin informeert het team de ouders over het reilen en zeilen van de school, bijvoorbeeld inlichtingen over activiteiten, vergaderingen, uitstapjes, feesten enzovoorts Als ouders informatie willen doorgeven aan de andere ouders, kan dat eveneens in de nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief staat ook op de webpagina www.wwdrunen.nl. Op de website van de school staan regelmatig foto’s van ondernomen activiteiten. Als ouders om voor hen belangrijke redenen niet willen dat foto’s van hun kind verspreid worden, kunnen ze dit bij de directie schriftelijk melden.

Ook is er deze gids om ouders en belangstellenden informatie te geven over organisatie en inhoud van het onderwijs. Daarnaast wordt aan het einde van het schooljaar een onderwijskundig jaarverslag van het aflopende schooljaar en een onderwijskundige jaarplanning voor het komende schooljaar op de website geplaatst, zodat ouders geïnformeerd blijven over eventuele veranderplannen.

Een aantal keer per jaar zijn er ouderavonden. De oudervereniging houdt in september/oktober een avond voor de ouders. De vereniging blikt dan terug op het schooljaar dat voorbij is en brengt de plannen voor het nieuwe schooljaar naar voren. Op deze vergadering wordt bovendien de hoogte van de ouderbijdrage vastgesteld. Tevens wordt ook een inhoudelijk onderwerp behandeld.

Informatie over de leerlingen lezen de ouders in het rapport. Naar aanleiding van het rapport nodigen wij de ouders uit voor een 10-minutengesprek. Bij het tweede rapport vindt een 10-minuten gesprek plaats als ouders of leerkracht hiertoe aanleiding zien.

6.3 Inspraak

Sinds 1982 is in de wet vastgelegd dat er op iedere school een Medezeggenschapsraad (MR) moet zijn. De MR is het platform waar ouders en leerkrachten kunnen discussiëren en adviseren over de voorstellen van het bevoegd gezag en directie. Bovendien is op diverse terreinen de instemming van de MR nodig. Een MR met een positief kritische houding is van groot belang voor het goed functioneren van de school. Zowel bij ouders als bij leerkrachten is het wenselijk dat ruim animo bestaat om lid te worden van de MR.

De bevoegdheden van de MR zijn bij de wet geregeld. Tevens is vastgelegd over welke onderwerpen de MR adviesrecht heeft dan wel instemming moet geven. Ook kan de MR zelf met beleidsvoorstellen komen.

De MR vergadert 6 à 7 maal per jaar afhankelijk van de onderwerpen die spelen. De agenda van een MR-vergadering wordt tijdig kenbaar gemaakt en opgehangen op een prikbord in een centrale ruimte van de school. Ook de notulen worden hier opgehangen.

De MR bestaat uit een oudergeleding van 4 ouders en een teamgeleding van 4 leerkrachten. Elke drie jaar worden verkiezingen gehouden; leden zijn in principe herkiesbaar. Het lidmaatschap van de MR eindigt automatisch als aan de relatie met de school een einde komt. De directeur van de school vervult aan de ene kant de rol van adviseur van de MR en aan de andere kant is de directie de vertegenwoordiger van het Bevoegd Gezag om voorstellen van het Bevoegd Gezag toe te lichten dan wel te verdedigen.

De vergaderingen van de MR zijn in de regel openbaar, maar de MR kan, indien de aard van het onderwerp dit vereist ( om redenen van privacy, zorgvuldigheid dan wel andere redenen van vertrouwelijkheid), besluiten in een besloten zitting te vergaderen. De directeur hoeft niet altijd aanwezig te zijn.

De oudergeleding van de MR wordt ook afgevaardigd in sollicitaties voor de benoeming van nieuwe leerkrachten en heeft zitting in de "benoeming advies commissie" (BAC) die zich buigt over de invulling van een eventuele directievacature.

6.4 Ouderactiviteit

Op veel verschillende plaatsen en momenten zijn er ouderactiviteiten op school. Overdag zijn er ouders die de leerkracht helpen als ondersteuning aan het leerproces, bijvoorbeeld als knutselouder. Ouders zijn soms tijdens de schooluren actief, bijvoorbeeld als doc-ouder (boeken herstellen, boeken terugzetten, nieuwe boeken invoeren) of als klusjesouder (kaarten herstellen en dergelijke). Ook helpen ouders bij excursies.

Altijd zal de leerkracht de verantwoordelijke zijn. De leerkracht bepaalt in overleg met de ouder wat binnen zijn/haar taak past. Bovendien ondertekent iedere hulpouder een geheimhoudingsverklaring, zodat enkel de leerkracht de uitspraken over de ontwikkeling binnen zijn/haar groep doet.

6.5 Klachtenrecht

Ouders hebben het recht op een serieuze benadering en behandeling van hun klachten. Klachten kunnen betrekking hebben op verschillende situaties op school. Voor de klachtenprocedure onderscheiden we er twee:

Klachten over de kwaliteit van het onderwijs.

Klachten over seksuele intimidatie, agressie en geweld in het onderwijs.

Klachten over de kwaliteit van het onderwijs:

Klachten kunnen betrekking hebben op het functioneren van medewerkers van de school of op het gevoerde onderwijsbeleid. Als er een klacht is over het geven van onderwijs, dan richten de ouders zich in eerste instantie tot de leerkracht. Wanneer het probleem niet is opgelost kunnen ouders dit voorleggen aan de schoolleiding. De schoolleiding zal in overleg met de betrokken leerkracht en de ouders proberen het probleem op te lossen.

Als naar de mening van de ouders er geen bevredigende oplossing is gevonden, kan het probleem voorgelegd worden aan het bestuur/bevoegd gezag. Indien noch bij de directie noch bij het bestuur gehoor wordt gevonden, kunnen ouders gebruik maken van de klachtenregeling die bij de directeur van de school opgevraagd kan worden.

Klachten over seksuele intimidatie, agressie en geweld in het onderwijs:

De contactpersoon: het bevoegd gezag heeft op school twee contactpersonen aangesteld. Zij treden op als aanspreekpunt bij het vermoeden van of klachten over seksuele intimidatie. Deze contactpersonen adviseren bij het indienen van een klacht en kunnen informatie geven over verder te nemen stappen.

De klachtenprocedure: we hebben een klachtenprocedure opgesteld, waarin staat op welke manier een klacht kan worden ingediend en hoe deze wordt behandeld. Deze klachtenprocedure kunt u opvragen bij de contactpersoon en bij de directeur van de school.

De klachtencommissie: deze commissie is ingesteld door het bestuur met instemming van de medezeggenschapsraad. Leden van de commissie werken onder strikte geheimhouding.

De klachtenregeling ligt op school ter inzage en kan bij de directeur worden opgevraagd. U heeft het recht rechtstreeks contact op te nemen met de externe vertrouwenspersoon bij de GGD tel 073-6404090

 

 

6.6 Ouderbijdrage

Door de invoering van de kwaliteitswet op 1 augustus 1998 kent De Wegwijzer sinds 2002 een regeling ouderbijdrage. Deze regeling gaat uit van de vrijwilligheid van de bijdrage en is vastgelegd in de statuten van de oudervereniging.

6.7 Schoolverzekering voor leerlingen

De school heeft voor alle kinderen een ongevallenverzekering. Het gaat hier om een beperkte verzekering die geldt voor:

- ongelukken die onder schooltijd in de school of op de speelplaats gebeuren;

- ongelukken onderweg van school naar huis en omgekeerd (de verzekering geldt dan alleen een

uur vóór en een uur ná het verlaten van de school; voor zover deze afstand niet binnen een uur

af te leggen is, geldt de verzekering gedurende de tijdsduur waarbinnen de afstand

redelijkerwijze wel af te leggen is;

- ongelukken op sportvelden, in gymnastiekzalen, zwembaden en dergelijke mits in klassikaal- of schoolverband en onder toezicht;

- ongelukken tijdens schoolreizen, kampen en excursies in schoolverband, tijdens

schoolsportwedstrijden en dergelijke, mits en zolang de leerlingen onder toezicht staan.

6.8 Oudervereniging

De oudervereniging van De Wegwijzer bestaat uit minimaal 8 ouders die zich betrokken voelen bij het reilen en zeilen van de school. Met het team, de directie en de hulpouders die op school actief zijn, wil de vereniging haar bijdrage leveren om voor onze kinderen een zo prettig mogelijke leerplek te creëren.

De oudervereniging houdt zich bezig met onderwerpen als verkeersveiligheid, hoofdluisproblemen en communicatie. Bovendien behartigt de vereniging de belangen van de ouders bij de medezeggenschapsraad en directie. De oudervereniging verleent een aantal diensten, waarvoor zij een tegemoetkoming vraagt. Tijdens de jaarvergadering in september/oktober wordt, in overleg met de aanwezige ouders, de bijdrage voor het komende schooljaar vastgesteld en de besteding van deze gelden besproken. Dit gebeurt in overleg met de MR.

Interesse? De vergaderingen zijn openbaar en iedereen is dus van harte welkom. De vereniging verzorgt aansluitend aan de jaarvergadering een thema-avond.

6.9 Overblijven

Op dit moment ligt de verantwoordelijkheid voor het overblijven bij het bestuur van de school.

 

7 DE ONTWIKKELING VAN HET ONDERWIJS IN DE SCHOOL

7.1 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs

Elke school heeft zijn sterke kanten, maar tevens ook kanten die voor verbetering vatbaar zijn. Voor de komende vier jaren wordt een plan van aanpak vastgesteld. Dit plan ligt ter inzage op school.

Het team heeft een aantal keer per jaar een studie(mid)dag (zie informatiekalender). Deze dagen worden gebruikt om gezamenlijk dieper in te gaan op een onderwijsinhoudelijk aspect.

7.2 Zorg voor de relatie school en omgeving

In het kader van het dragen van verantwoordelijkheid voor het milieu en de maatschappij, betrekken wij de leerlingen van alle groepen bij het netjes houden van de omgeving. Wij stimuleren de leerlingen ordelijk, netjes en milieubewust in de maatschappij te staan. Tevens ontplooien wij activiteiten, die verder gaan dan enkel cognitief onderwijs. Tijdens projecten bezoeken wij o.a. natuureducatie-instellingen, musea en theater.

Natuurwandelingen

Op school maken wij gebruik van de mogelijkheden om natuurwandelingen in de Drunense duinen te houden.

Schooltelevisie

De Nederlandse Onderwijs Televisie (NOT) produceert speciale programma’s voor het onderwijs. Uit het aanbod maken de diverse groepen een keuze. De programma’s worden opgenomen en ingepast in het lesprogramma van de groep.

Kunstzinnige vorming

Het is waardevol als alle kinderen in contact komen met diverse culturele activiteiten. Daarom organiseert BISK, een stichting voor kunstzinnige vorming, voor de scholen in Heusden jaarlijks activiteiten in het kader van culturele vorming. Dit gebeurt volgens een vierjaarlijkse cyclus, waarbij toneel, dans, tentoonstellingen en schoolprojecten aan bod komen. Daarnaast organiseert de school een aantal culturele activiteiten zoals het kunstproject en de Wegwijzerdag. Een beleidsdocument ligt op school ter inzage.

Bibliotheekbezoek

De school kan zich inschrijven voor een thematisch bibliotheekbezoek. Dit doen we niet elk jaar.

7.3 Relatie Weer Samen Naar School

Het streven op onze school is de leerling die zorg te geven die voor hem/haar nodig is. In overeenstemming met het zorgplan Weer Samen Naar School (WSNS) stemmen wij ons beleid daarop af. Een en ander resulteert in consultatie van de Permanente Commissie Leerlingenzorg, scholing van de interne begeleider en scholing met betrekking tot de sociaal-emotionele vorming. Het zorgplan ligt ter inzage.

7.4 Kwaliteitsverbetering

Op school is een plan over de kwaliteitsverbetering van het onderwijs aanwezig. Dit plan is gebaseerd op WMKPO, werken met kwaliteitskaarten. In dit plan staat hoe wij de kwaliteit van het onderwijs meten, maar tevens hoe wij de kwaliteit wensen te verbeteren. Dit document ligt op school ter inzage.

 

8 DE RESULTATEN VAN HET ONDERWIJS

Kinderen ontwikkelen zich volgens bepaalde ontwikkelingsfasen. Die fasen vormen voor ons het uitgangspunt bij de begeleiding. De aanleg, het tempo, de interesse en de thuissituatie van de kinderen onderling varieert. We proberen met de verschillen om te gaan en de kinderen te bieden wat ze nodig hebben. De meeste kinderen volgen de gewone ontwikkelingsgang, maar er zijn ook kinderen die andere behoeften hebben. Zij krijgen ander werk: méér of moeilijker of juist gemakkelijker werk.

Alle kinderen worden begeleid en gestimuleerd en we proberen ieder kind op het niveau te brengen dat voor hem/haar haalbaar is. Tijdens de hele basisschoolperiode volgen we de kinderen in hun ontwikkeling. Dat gebeurt onder meer door te observeren en te toetsen. Als vervolg op de observaties bepaalt de leerkracht of aanpassing van de lesstof nodig is. Hiervoor kan het zorgteam worden geraadpleegd.

Met rapporten en een uitdraai van het leerlingvolgsysteem, informeren we de ouders over het niveau en de resultaten. De verslagen bespreken we met de ouders. Deze verslagen geven informatie over de kwaliteit van het werk, het niveau waarop het kind werkt en de werkhouding. De kinderen worden niet beoordeeld in een systeem van onderling vergelijken, maar gekeken wordt naar de mogelijkheden en inzet van het individuele kind. Om de ouders een objectief beeld te kunnen geven over het niveau van functioneren van hun kind, geven wij in de verslaggeving aan of een kind op, onder of boven de gemiddelde leerling zit.

8.1 Specifieke zorg voor leerlingen

Om te waarborgen dat de kinderen goed gevolgd worden binnen de school, nemen wij twee keer verspreid over het jaar toetsen af. Deze toetsen staan los van onze methodes en zijn bedoeld om eventuele hiaten en/of problemen vroegtijdig te signaleren. De resultaten worden geanalyseerd door de interne begeleider en besproken in het zorgteam (directeur, adjunct-directeur, remedial teacher en intern begeleiders). Op basis daarvan zijn er gesprekken met leerkrachten om te komen tot bijstelling in de didactiek of specifieke handelingsplanning.

Enkele malen per jaar zijn er besprekingen van de leerling waarin de problemen rondom bepaalde leerlingen centraal staat. Ook is er de mogelijkheid voor leerkrachten om problemen voor te leggen tijdens consultatiegesprekken met de interne begeleider, de orthopedagoge en psychologe van het Samenwerkingsverband, met een deskundige van Fontys Fydes (onderwijs advies centrum), of bij het zorgplatform. Van deze diensten is het afgelopen jaar vele malen gebruik gemaakt.

Binnen onze school krijgen sommige leerlingen extra begeleiding van de remedial teacher. Wij streven er naar zoveel mogelijk problemen in de groep op te vangen. Enkel indien er specifieke vaardigheden aangeleerd moeten worden zetten we de remedial teacher- in. Dit hebben we vastgelegd in een protocol remedial teaching, wat ter inzage op school ligt.

Voor leerlingen die extra uitgedaagd moeten worden, zijn voldoende materialen aanwezig. Deze activiteiten worden ingezet na de uit te voeren minimumtaken .

Sommige leerlingen ontvangen ook begeleiding buiten de school, onder meer voor logopedie, fysiotherapie, motorisch remedial teaching, sociale vaardigheidstraining, psychologische therapie enzovoorts. Dit geschiedt onder de verantwoordelijkheid van ouders en na overleg met de leerkrachten van school.

We streven ernaar regelmatig overleg te hebben met externe begeleiders om leerlingen zo optimaal mogelijk te begeleiden en de hulp op een lijn te stellen.

 

In het kader van Weer Samen Naar School (WSNS) bestaat de mogelijkheid deskundige ambulante begeleiding en advisering uit het speciaal onderwijs in te zetten. Ook van deze mogelijkheid maken wij gebruik. Voor een aantal leerlingen volgt hieruit een specifieke handelingsplanning. Dat kan slechts voor een beperkt aantal leerlingen omdat zij veel extra tijd en inzet vragen.

Als een leerling doubleert, werkt dit kind op zijn/haar eigen niveau en tempo verder. Voor deze leerlingen wordt te allen tijde een handelingsplan opgesteld, waarin de specifieke hulpverlening staat vermeld. Er bestaat een procedure waarbinnen de gang van zaken met betrekking tot doubleren beschreven wordt.

Ondanks ons streven zoveel mogelijk leerlingen onderwijs "op maat" te bieden, zijn er kinderen die echt specialistische hulp nodig hebben. Deze leerlingen kunnen via een vastgestelde procedure een zogenaamde rugzak krijgen. Dit houdt in dat onze school extra formatie krijgt om een kind gedurende twee uur per week speciale hulp te geven. De leerkrachten op school worden begeleid door ambulante begeleiders uit het speciaal onderwijs.

8.2. Voortgezet Onderwijs

Als een kind een advies heeft gekregen, wil dit nog niet zeggen dat het kind werkelijk de geadviseerde opleiding met goed gevolg afrondt. Eén en ander zal ook afhangen van de motivatie, werkhouding, de thuissituatie, enzovoorts.

In groep 7 wordt in april/mei de entree-Cito-toets afgenomen . Bij het laatste schoolrapport wordt een voorlopig schriftelijk schooladvies gegeven. In groep 8 volgt dan een proef eind Cito en tenslotte maken de kinderen in februari de Cito-eindtoets. Vóór de eindtoets zijn in januari met de ouders van de kinderen van groep 8 de adviesgesprekken voor het voortgezet onderwijs. Op basis van observatiegegevens en interne toetsing komen de leerkrachten tot een gefundeerd advies.

Het afgelopen jaren zijn leerlingen naar de volgende scholen gegaan:

D’Oultremontcollege

De Walewyck

De Overlaat

Het Willem van Oranje College

Het Stedelijk Gymnasium.

Het Koning Willem I college

Het Prinsentuin College

Praktijkonderwijs MET

Het Mollercollege

De Rooi Pannen

 

8.3 Cito-uitslagen

zie bijlage

 

9 REGELING SCHOOL- EN VAKANTIETIJDEN

9.1 Schooltijden.

Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag 08.30 – 11.45 13.00 - 15.15

Woensdag 08.30 - 12.30

De groepen 1 t/m 4 hebben de vrijdagmiddag geen school en alle vierjarige komen ook de woensdagochtend niet naar school.

9.2 Vakantietijden.

De vakantietijden vermelden wij elk jaar in de informatiekalender. Hierbij vermelden wij tevens hoeveel uren op jaarbasis de leerlingen les krijgen.

9.3 Verlofregelingen voor kinderen bij familieomstandigheden

De directeur hanteert de volgende richtlijnen bij het verlenen van verlofaanvragen:

9.4 Vakantieverlof (art. 13a)

Vakantieverlof wordt verleend door de directeur van de onderwijsinstelling en is alleen mogelijk wanneer wegens de specifieke aard van het beroep van een van de ouders, voogden of verzorgers het slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan. Er dient een werkgeversverklaring overlegd te worden waaruit blijkt dat er geen verlof mogelijk is binnen de officiële schoolvakantie.

Dit verlof kan:

- hooguit eenmaal per schooljaar worden verleend;

- niet langer dan 10 schooldagen zijn;

- niet plaatsvinden in de eerste twee lesweken van het schooljaar.

9.5 Gewichtige omstandigheden (art. 14, lid 1)

Gewichtige omstandigheden verwijzen naar uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden waarvoor de leerling extra verlof nodig heeft, zodat hiermee een kennelijk onredelijke situatie voorkomen kan worden.

Noch in de Leerplichtwet, noch in de memorie van toelichting wordt aangegeven wat die zogenaamd "andere gewichtige omstandigheden" kunnen zijn. Per geval dient dus door de directeur van de school (tot en met maximaal 10 schooldagen) te worden beoordeeld of een verzoek gehonoreerd kan worden. Bij meer dan 10 schooldagen beoordeelt de leerplichtconsulent.

Uitgangspunt bij de beoordeling van de aanvraag is dat een kennelijk onredelijke situatie vermeden kan worden. Bij de afweging blijft het belang van de leerling voorop staan. Doorgaans zal het extra verlof beperkt blijven tot een of enkele dagen. Wat hierbij redelijk is, is ter beoordeling van de directeur.

 

 

9.6 Aantal klokuren

Jaarlijks wordt het activiteitenplan opgemaakt. Daarin worden het aantal klokuren op jaarbasis, die door de afzonderlijke groepen gemaakt worden vermeld. In de kalender wordt hiervan melding gemaakt.

 

10 DIVERSEN

10.1 Documentatiecentrum

Het documentatiecentrum bevindt zich in de aula. Het bevat informatieve boeken.

Het team heeft het documentatiecentrum opgezet met hulp van ouders. Enkele ouders zorgen voor het inbrengen van nieuwe boeken.

10.2 GGD

De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) heeft als taak het ondersteunen en begeleiden van de gezondheid van de jeugd van 4 tot 19 jaar. Een team van JGZ, bestaande uit een jeugdarts en verpleegkundige, heeft de zorg voor de leerlingen in het basisonderwijs.

U kunt de volgende personen van dit team ontmoeten:

Jeugdarts

De jeugdarts verricht preventief gezondheidsonderzoek voor de leerlingen van 5 en 11 jaar. Daarbij besteedt hij aandacht aan:

* opsporen van lichamelijke problemen, ontwikkelingsstoornissen en afwijkingen bij het horen,
het zien, groeien;

* houding, motoriek, eet- en slaapgewoonten;

* omgang met leeftijdgenootjes;

* opvoedkundige problemen;

* gedragsproblemen;

* problemen in de thuissituatie.

Als het nodig is, volgt uit dit onderzoek een verwijzing naar de huisarts of naar een hulpverlenende instantie. De jeugdarts doet ook gericht onderzoek en voert controles uit op verzoek van onder andere ouders, logopediste en school.

Verpleegkundige

De verpleegkundige assisteert de arts bij het onderzoek van de leerlingen van 5 jaar. Zij screent (is nakijken van kinderen) kinderen van 4 en 7 jaar op het zien, het gehoor en de lengtegroei en bespreekt de resultaten hiervan met de leerkrachten.

 

Sociaal verpleegkundige

De taak van de sociaal-verpleegkundige is in het algemeen de Wegwijzer te ondersteunen als het gaat om de gezondheid van de leerlingen.

Maandelijks houdt zij, op afspraak, spreekuur op school. Het spreekuur is bedoeld als een laagdrempelige voorziening voor ouders en leerlingen.

Tijdens het spreekuur kunnen allerlei vragen die te maken hebben met het welbevinden van het kind en de opvoeding aan de orde komen.

Het kan zijn

dat uw kind ’s nachts nog niet zindelijk is

dat u zich zorgen maakt over het gedrag van uw kind

dat u denkt dat uw kind te veel of te weinig eet

dat uw kind angstig is

dat u algemene opvoedingsvragen heeft

Samen met u kijkt zij naar de beste oplossing van uw vraag. Wilt u een afspraak maken dan kunt u haar benaderen via het afsprakenbureau van de GGD, telefoon: 0900-4636443 (0,10 ct/min)

Op de posters die in de school hangen, kunt u zien wanneer de eerstvolgende datum van het spreekuur is.

Logopediste

De logopedisten van de scholen in Drunen zijn werkzaam bij de Jeugdgezondheidszorg. Hun taak bestaat uit collectieve preventie met betrekking tot logopedie. Dat houdt in:

* systematische screening van 5-jarigen op het gebied van spraak, taal, stem en gehoor;

* onderzoek op verzoek van ouders, leerkrachten, jeugdartsen of sociaal verpleegkundigen;

* advies- en verwijsgesprekken;

* klassikale instructies op het gebied van logopedische problematiek.

De logopediste komt een aantal keren per jaar op school. Bovendien is zij telefonisch bereikbaar via het secretariaat van de afdeling jeugdgezondheidszorg, tel: 0900-4636443.

Ouders kunnen ook telefonisch een afspraak maken met de jeugdarts, assistente en sociaal verpleegkundige.

10.3 Kinderpostzegels

Elk jaar doen de kinderen van groep 7 en 8 mee aan de kinderpostzegelactie. Ze verkopen dan kinderpostzegels en wenskaarten. De opbrengst van deze actie komt ten goede aan kinderen in binnen- en buitenland in achterstandsituaties. Leerlingen die aan de actie deelnemen, hebben beslist ondersteuning van ouders nodig om een en ander administratief naar behoren te laten verlopen.

 

11 NAMEN EN ADRESSEN

11.1 Van de school

De Wegwijzer

Von Suppéstraat 3

5151 KR Drunen

tel: 0416-320880

 

11.2 Van externe personen

GGD (gezondheidsdienst) Hart van Brabant

Ringbaan West 227

Tilburg

013-4643911

GGZ(geestelijke gezondheidszorg)

Jan Wierhof 7

5017 JD Tilburg

013-5808080

Fontys Fydes , adviseurs in opvoeding en onderwijs

Algemeen correspondentieadres
Postbus 4155
5004 JD Tilburg

telefoon: 0877-873-888
telefax:   0877-873-999 

fydesinfo@fontys.nl 

 

locatie Tilburg
Bezoekadres:
Zeijengebouw
Prof. Goossenslaan 1-05
Tilburg

locatie Waalwijk
Bezoekadres:
De Schoener
Mr. van Coothstraat 55
Waalwijk

 

 

11.3 Van peuterspeelzalen

‘t Opstapje

Mozartlaan 51

5151 KA Drunen

0416-374603

De Teddybeer

Grotestraat 73

5151JD Drunen

0416-374161

De Vennerakkers

Valeriusstraat 6

5151 LP Drunen

0416-374596

11.4 Van Kinderdagverblijven

Mikz Kinderopvang (diverse locaties in Drunen)

Postbus 200

5140 AE Waalwijk

0416-369660

Kinderdagdagverblijf Plebje

Eindstraat 16

5151 AE Drunen

0416-377402

Kinderopvangcentrum Meneer Stippel

Grotestraat 242

5151 BS Drunen

0416-374891

 

11.5 Overige namen en adressen

Enkele scholen voor het algemeen voortgezet onderwijs:

D’Oultremont College

Dillenburgstraat 46

5151 CL Drunen

0416-374448

Praktijkonderwijs MET

Koetshuislaan 1

5146 BA Waalwijk.

Tel: 0416-333416

Mollercollege

Burg.Moonenlaan 5

5141 EJ Waalwijk.

Tel: 0416-335188

De Overlaat Scholengemeenschap

Eikendonklaan 3,

5143 NG Waalwijk.

Tel: 0416-336931

Stedelijk Gymnasium

Mercatorplein 2,

5223 LL 's- Hertogenbosch.

Tel: 073-6219068

Walewijc-VMBO

Vredesplein 11.

5142 RA Waalwijk.

0416-333220

Willem van Oranje College

De Gaard 4

5146 WA Waalwijk.

Tel: 0416-333069

Prinsentuin College

Buitenlaan 2

4281 NX Andel

Tel.0183-4447474

Scholengemeenschap De Rooi Pannen

Dr.Ahausstraat 1

5042 EK Tilburg

013-5955800

 

 

Pestprotocol

Hoofdpagina